Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goudglans af, die als een aureool hangt om het bleeke gelaat, dat mat zou zijn, als er niet twee groote sprekende oogen in stonden.

De lersche setter op het gras springt, als hij haar hoort, op uit zijn druilerig liggen-genieten in den zonneschijn.

„Max, ga den baas maar halen," roept ze tegen het dier, dat dartel haar voorbijschiet. Ze volgt hem met haar kalmen tred de gang in.

Even staat ze stil in de open deur der studeerkamer en overziet met welgevallen het studiecomfort.

Een wand met boekenplanken bekleed, het gordijn half weggeschoven voor *t krijgen van een boek; een eikenhouten kast met rijen ruggen achter de glazen paneelen, een groote schrijftafel met onix studeerlamp, daarboven een kerkstuk van Bosboom. In een hoek een chaise-longue met een marmeren kop er achter. Nog een paar kleine meubeltjes en stijlstoelen om te vullen.

Een oogenblik laat ze de sobere weelde op zich inwerken. Het rustige van een studeerkamer doet haar weldadig aan en het aardige groepje bij de schrijftafel streelt haar kunstgevoel.

De hond, ongeduldig kwispelend met den lospluimigen staart, staat met opgeheven kop zijn baas aan te kijken, die hem met de linkerhand even opklopt, maar voorover gebogen blijft doorschrijven tot zijn gedachte is uitgezegd.

„Bedaard Max," zegt hij en vragend, alsof hij iets wacht, ziet hij om.

Sluiten