Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar zijn stand, moet hij weigeren. Ook daarom viel hun oog op ons, omdat wij geen kinderen hebben."

„Nee, we hebben ze niet," stemt ze toe en er is iets in haar oog, dat spreekt van uitzien naar wat niet kwam.

Ammerberg ziet haar aan.

„Lieske, denk ook eens over deze zaak. Ons geld is van jou."

„Hè, Bert, wat zeg je dat nu akelig, alsof we niet van elkaar zijn, ik van jou, jij van mij, met al wat we hebben."

„Zoo meen ik het natuurlijk niet, we zijn niet op

huwelijks-voorwaarden getrouwd, maar ik weet

immers, wat het je kosten zou om de stad te verlaten voor zoo'n nesterig gemeentetje. Je natuur is er niet naar om je thuis te voelen tusschen plompe werkers. Ik weet immers wel, hoe vaak je zei, voor als een verrassing de erfenis kwam: „Rijk zijn, dat moet iets heerlijks wezen." Niet om te pronken met prachtige meubeleering of op partijen te schitteren met toiletten, niet om het genot van geld te hebben. Maar om je die fijne, artistieke weelde te verschaffen, waaraan je smaak behoefte heeft. Je voelt je gelukkig in een kamer met aquarellen en schilderstukken, die je kunstgevoel weldadig aandoen. Een stijl-ameublement geeft je rust, een overpropt pronk-allegaartje om je heen, hindert je zooals een benauwde damp. Daarom heeft het me indertijd zoo gespeten je geen weelde te kunnen aanbieden, maar je armen man heb ie toch willen hebben."

Q

Strtfd J

Sluiten