Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Omdat jij het was, zoo is er maar één. We waren gelukkig ook voor de erfenis van tante Margo en als we het niet waren geweest, zou dat geld, met alles wat het geven kan, het ons niet gemaakt hebben."

„Ja, dat waren we, en zijn we, Lieske, gelukkig in elkaar. Maar wat genoot je als een kind, dat jarig is en jubelend zijn cadeautjes telkens weer bekijkt en wil laten zien. Wat vond je smaak uiting in het inrichten van het nieuwe huis. Ik had er schik in.

En dan eiken dag je bloemen van den bloemist; je schikte ze, zooals een schilderes het doet voor haar werk."

„Ja man, mijn bloemen, dat is waar, die zijn mij noodig als vriendelijkheid van de menschen om me heen. Men zegt: „u houdt veel van bloemen," nee, ik heb ze lief. Als ik een bouquet heb geschikt is het, alsof ze van mij zijn geworden, zooals een boek is van den schrijver. Ieder kan het koopen maar het is van hem, uit hem, in hem.

Ik vind een mensch uit zich in alles, niet alleen door spraak, blik en houding. Hij uit zich in zijn kleeding, de inrichting van zijn huis, den aanleg van zijn tuin. Het is alles een taal. En daarom benijdde ik, voor tante Margo mij met haar erfenis verraste, hen die zich onbelemmerd konden omringen met wat overeenstemt met hun aard. Je smaak is immers uitvloeisel van je karakter, je temperament, je ontwikkeling. Geld maakt ongelukkigen niet gelukkig, maar het kan je toch veel verfijnd edel genot verschaffen."

Mevrouw zwijgt, haar oog is levendig geworden

Sluiten