Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Elise, denk je wel in wat je moet afstaan voor de Heivelders. Niet het geld, wat we geven zullen waar de nood er om vraagt. Dat geld missen we niet, omdat we ruim genoeg hebben, maar wat je hier achterlaat. De inrichting van het huis nemen we mee, de pastorie is te verbouwen, maar denk eens aan al, wat de stad je geeft; denk eens aan concerten, lezingen, de gelegenheid om alles te krijgen zoodra de behoefte er aan opkomt; en niet het minst, denk aan onze vrienden, die niet alleen hun hart geven, maar ook hun geest, hun beschaafde ontwikkeling. Wat leef je niet in een gesprek met hen, wier geest de jouwe gelijk staat of je mee op voert tot hooger gezichtspunt. Hoeveel gedachteleven gaf je niet de omgang met menschen, die nagedacht hebben en niet maar domweg het leven aanvaarden, zooals het over hen komt; die letten op de levende ziel der dingen en het idéëele in het réëele waardeeren."

„Ik weet wat je bedoelt, dat voelen groeien van je opinie, als je al sprekend en hoorend van alle kanten je onderwerp beziet; dat met anderen hooger gaan, dan je in eigen kracht alleen zoudt kunnen komen."

Even wacht ze en vervolgt toen op laagernstigen toon:

„Ja, er is heel veel, wat we moeten afstaan, maar Hubert, moet een christen daarnaar vragen. Jk dacht, dat jij "

Ammerberg trekt zijn vrouwtje bij zich en laat

Sluiten