Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar tegen zich leunen. Hij ziet neer op haar kopje, dat tegen zijn schouder schuilend rust en waarover het blonde haar naar achter golft om in een eenvoudigen wrong samen te loopen. Er is iets van bewondering in zijn blik en toch ook een medelijdende teerheid. Hij drukt den arm iets vaster om haar.

„Nee, Lies, daar moet een christen ook niet naar vragen.' Een kind van God kent maar één vraag: Wat is de wil mijns Vaders? Maar ik vreesde, dat je in je enthousiasme te gulgauw zoudt besluiten om eerst te voelen, wat je gegeven had, als het

niet meer terug te krijgen is. Het mocht je eens

„Berouwen? Nee, besloten heb ik nog niet, maar dat zal mijn beradende man ook nog niet ^hebben gedaan. Mijn hart sprak voor de Heivelders." „Dan spreken onze harten het zelfde."

II.

Hoe meer ze zich indachten en inleefden met elkaar en met den Heer in de open vraag van Heiveld, des te stelliger werd de overtuiging, dat ze door Hooger stem dan die van den kerkeraad

waren geroepen.

Maar ook hoe bestemder het gevoel van heengaan in hun harten leefde, des te vaster voelden ze zich gehecht aan veel liefs en edels, dat ze bezaten, maar ook des te meer stelden ze zich tot bereidwillige

Sluiten