Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kant. Ze had geknikt met haar bengelende bellen en gezien, dat de heele kerk keek naar de nieuwe domineesvrouw, waaraan niets te zien was. Ammerberg had zijn teer vrouwtje zien zitten, ze zonk in het niet naast de pralende boerin, als een fluweelen viooltje naast een stokroos. Het had hem getroffen, dat ze zoo heel anders was dan al wat vrouw heette in de kerk. De kerkeraad was op koffie-visite geweest en Elise had gevraagd naar koeien, aardappelen, naar hun kinderen, maar ze hadden haar zoo verwonderd aangekeken, dat ze verlegen was geworden voor de Heivelders, die ze op hun gemak wilde brengen en Ammerberg alleen het gesprek moest gaande houden. De dominee had velen genood hen eens op te zoeken, maar bijna niemand had daaraan

gehoor gegeven.

Alleen Klaas Blok en zijn vrouw waren komen aanrossen met hun sjees, het paard „in t zilver.

Vrouw Blok had breedvlaaks op haar stoel zitten tronen en teleurgesteld rondgegluurd naar de meubels. Elise had haar oogen op en neer langs zich voelen glijden. Als ze haar eigen spraak hoorde tusschen het platsnauwerige gekwebbel van de dikke vrouw Blok, schrok ze van zich zelf, omdat ze geen Heivelder was.

„Als 't op wegen aankwam, dan wed ik dat Klaas het van den dominee nog winnen zou," zei vrouw Blok lachend, toen ze weer achterover in de sjees lag en haar man de teugels aantrok. „Niet eens een zilverkast met porcelein, 'k heb grootere kommen

Sluiten