Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij was „de dominee", iemand wel boven hen, geheel apart onder hen, maar toch ook van hen, voor hen. Voor hem geneerden ze zich niet, evenmin als voor den dokter, want het was „de dominee". Maar mevrouw gaven ze dat ambtsrecht, die ambtsvrijheid om in alles te deelen, niet. De dominee was als 't ware geijkt, mevrouw was iets nieuws. De vorige predikant was lang weduwnaar en de meid-huishoudster leefde voor het huis, de gemeente lag daar buiten.

Zoo ging Elise dan op den namiddag, als ze meende, dat de vrouwen het werk afgedaan hadden en rustig zaten te breien of te naaien, alleen de moeders opzoeken. Bijna overal waar ze kwam, lange opgeratelde klachten over armoe, hard werken Dan kwam het pijnlijk gevoel weer boven, dat ze reeds had den eersten dag, toen haar meubels als wonderen werden aangegaapt; dat gevoel, alsof ze onrecht deed door rijk te zijn.

Als ze dan vergeleek haar leven vol vervulde behoeften en begeerten met het bestaan van die sjouwers, kon ze het niet laten te geven, altijd maar weer. Dan was het een kinderjurk, omdat ze op de zondagsschool had gezien, hoe versleten de kleertjes waren, dan waren het klompen voor een kind, dat niet naar school kon gaan, omdat de zijne in twee stukken was, dan vleesch voor een zwakke; geld waar de geit was gestorven voor een nieuwe, overal was gebrek.

Maar twee huisjes waren er, waar ze kwam niet om te geven, maar om te krijgen, hartelijkheid en

Sluiten