Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefelijkheid. Het was bij Jan Kas en oude Turf-Griet. Daar voelde ze zich vrij, omdat ze wist er welkom te zijn om haar persoon. Den eersten keer, toen ze met Ammerberg het lage hutje ver op de hei was binnengegaan, was Griet van haar stoel opgestaan, omdat het de eenige was en gaf dien aan mevrouw. Zij zelf ging toen op een bankje zitten naast dominee.

Elise had er schik in gehad hen tegen elkaar gedrukt te zien zitten, haar Bert en Turf Griet.

„Kijk mevrouw, daar ben ik blij om, dat je ook mee komt en dat jullie zoo naar ons dorp hebt willen komen, want ik weet er zooveel nou toch wel van, dat er voor menschen als jullie meer in de stad is dan hier."

Elise beweerde, dat ze genoten hadden van de wandeling over de hei.

„Och ja, 't is hier niet leelijk, maar toen 'k jong was, heb ik in stad gediend en toen heb ik toch wel zooveel gezien, als dat je in de stad zoo meer je gerief hebt. En dat moest je toch missen, zie je, daarom dank ik je, dat je toch gekomen bent. Een ander had het niet gedaan en dan was er 's zondags geen dominee op stoel, en".... toen had ze even geaarzeld, „mag 'k nou ook een kommetje koffie inschenken, ze is versch gezet."

„Als je blieft."

„Kijk, daar ben 'k blij om, dat je bij Griet op de koffie wilt," had ze gezegd.

Glunder had Griet twee schoone kopjes van de

Sluiten