Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een bankje, koffie vernielend dooreen gesmeten. In de hoeken doken kinderen weg voor hun vaders woede. Jelles stond tierend in 't midden met den rug naar Elise.

Zij zag hem de bonkige vuisten ballen. Met een krijsch sprong hij vooruit, griste een kind, hief het op zijn driftsterke spieren omhoog en

Elise schoot toe, maar het kind smakte voor haar voeten op den vloer, het hoofd bonsde op den hollen

grond. Ze stond ontzet het kon dood ...maar

het kind was al weer op en slipte met straatjongensgladheid onder haar helpende handen weg, de achterdeur uit.

Jelles zag Elise eerst nu. In den gooi met het kind had hij zijn dronken drift uitgesmakt, de kracht was gebroken. Hij deinsde onder haar zacht imponeeren en week ook de achterdeur uit.

„Als hij er nu maar geen borrel op zet!" jammerde zijn vrouw, die nog machteloos op den stoel hing met de armen slap langs het lijf.

„Ik ga hem halen, ruim den boel hier wat op, ik kom terug" en Elise was hem achterna.

Met inspanning haalde ze den voortjagenden Jelles in. Ze was alleen met hem op den achterweg en trad hem op zij.

„Jelles, vroeg ze zacht. „Waar ga je naar toe?"

„Dat gaat je niet aan."

Toch stond hij stil, Elise pal voor hem, haar oogen, nu groot en donker van aandoening, keken recht in zijn glazerigen dronkenmansblik.

Sluiten