Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna smeekend vroeg ze: „Toe Dina, mag ik je bloemen, ik vind ze zoo mooi."

„U hebt toch al veel mooiere."

„Nee, zulke niet, ik heb ze liever dan de mijne, geef ze me, dan zet ik ze op mijn eigen kamer."

Ze hurkte neer en raapte met Dina samen de margrieten op.

„Dank je wel, ze zijn beeldig, tot zondag, hoor" en ze wandelden verder de vlakte in.

„Dat is het nu," barstte Elise los. „Doordat we geld genoeg hebben om te koopen, wat we begeeren, hebben we de geschiktheid verloren om iets te ontvangen. Alsof je geschenken aanneemt met je beurs inplaats van met je hart. Houden de menschen dan heelemaal niets van ons, dwingt hun sympathie hen dan niet om te toonen, dat ze voor ons voelen, dat ze aan ons denken. Het is hier een leven in de materie en voor de materie.

Laatst op den krans werd er gepraat over een meisje, dat zoo gauw schreide. En al pratend, zei de een : „ „ik huil van zulke dingen en d' ander: „„ik schrei haast nooit."" Op eens vroeg Jaantje Bakker: „„Mevrouw, huilt u wel eens. Ik heb nog nooit tranen van u gezien."" Ze lachten allemaal om die malle vraag en voor ik antwoordde zei een ander: „„Gekke meid, mevrouw met tranen, wat zou mevrouw nou hebben om over te huilen."" Zie je, Bert, dat doet mij snakken naar een warmte als waar de heide zich in baadt. Ze hebben ons begeerd om ons geld, maar meer dan dat behoeven ze niet. Ons liefhebben, ons denken,

Sluiten