Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanvaard om de beproeving lijdzaamheid te laten werken. Ze hoorde in die brutale oproerkreten de nokkende stem van gekrenkte liefde. Onder den hoonlach van het ironisch „'t is mooi hè" lag de pijn van een ziel, die te sterk was om onder te gaan onder den afmattenden druk van een slavend lichaamsleven.

Hein Marks was een mensch gebleven te midden van velen, die niet ver van het dier afstonden, omdat wat hen daarvan onderscheidde schijndood was.

In Hein Marks woelde het menschzijn krachtig, het zwiepte hem op, het barstte er uit, waar het gedeukt werd.

„O God," klaagde Elise, „armoede is toch een ontzettende macht. Wien ze niet verstompt als vrouw Jelles, in wie ze de moeder zelfs doodde, dien verbittert ze.

Nee, de nood van Heiveld is geen stoffelijke, de geest hongert weg. Nu versta ik, o Heerl Ik ben gekomen in de kracht van ons geld en onze sympathie, ik moest komen in de kracht van uwen Geest. Het hart kan ik niet veranderen.

Een gift zou voor Marks zijn een slag op het drukkend juk, dat hij dan met een woest schudden van de onwillige schouders zou trachten te werpen.

Vrouw Jelles zou aannemen tot vervulling van haar lijfsbehoeften, misschien met teemerig vrome bedankwoordjes, maar haar hart zou het niet raken. Och Heer, ik meende, dat ik kon volbrengen, waartoe Gij mij zondt. Ik had geen ware kracht, de staf, waarop ik leunde is gebroken.

Sluiten