Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elise ijsde. Een hongerige in dat weer en zulk een antwoord.

„Ik ben mevrouw Ammerberg en moet mijnheer noodig spreken."

„Heeremenschen, mevrouw, wie kon dat nou ook denken. Ik dacht brutaal bedelvolk. Neem u me niet kwalijk. U kan wel binnen komen natuurlijk" en de deur ging wijd open. De meid schommelde met haar breede heupen naar achteren. Elise voelde zich een bedelaar, die uit „goedigheid" even mag schuilen op de mat. Blok en zijn vrouw kwamen beiden.

„Ik zou u wel in de kamer vragen, maar mensch, het is zoo'n weer, je kleeren druipen, wat doe je er toch uit? Sien geef eens een dweil, voor mevrouws voeten, de mat wordt zoo nat."

„Het spijt mij wel, dat ik u zooveel moeite aandoe, en toch moet ik nog meer van u vragen."

„Hebt u hulp' noodig? armen? U weet, ik geef graag, dat kan het heele dorp getuigen, Klaas Blok heeft ze, maar hij zit er niet vast aan."

„Het is niet om geld, dat ik kom, ik moet veel meer vragen."

„Wel mensch, mevrouw, wat kan ik meer geven dan geld?"

„Je zelf Blok, ik kom vragen, of je direct om den dokter wilt gaan?"

„Is dominee ?"

„Nee, het kind van Hein Marks is ernstig, het zal morgen te laat zijn."

Sluiten