Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het adempje ging weer, toen ze de veer uittrok. Het ging ruimer.

„Ze leeft nog." Elise's stem was klankloos van aandoening.

Het patientje gleed zacht van haar arm in de kussens terug. Het borstje haalde gejaagd adem. Strak staarde ze op het gezichtje, het paarsrood verkleurde tot bleek, de aders zakten. Er was ontspanning.

Op eens, daar sloegen de oogleedjes mat op. Een flauw glimlachje gleed om den mond, de oogjes sloten kalm weer, toen ze herkend hadden.

Elise boog zich diep over het bedje en kuste op dat smalle kindergezichtje tusschen de gore kussens.

Marks sloeg de handen voor het gezicht. Toen Elise zich tot hem keerde, schreiend van geluk, greep zijn forsche knuist haar hand. De druk deed bijna pijn. Ze nam die groote werkhand in bei de hare.

Marks sprak niet, zijn lippen beefden, maar in zijn oogen, die haar vol aanzagen, waren tranen.

„God wil ons gebed verhooren!" fluisterde Elise.

Daar werd plotseling de deur open gedrukt, Ammerberg kwam binnen. Hij zag zijn subtiel

vrouwtje en den knoestigen Marks , beiden

schreiend.

„Hubertus!" riep zij verrast en viel snikkend tegen hem aan. „Ben je gekomen om onze blijdschap te zien." Ze schreide haar overspanning uit in zijn sterken arm geleund. Eerbiedig drukte hij een kus op

Sluiten