Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen, er is van nacht wat met me gebeurd. Een mensch gooit er wel eens wat uit waar hij een ander mee raken kan, maar later krijg je er spijt van."

„'t Is alles goed tusschen ons, hoor Marks, ik kon toen zoo begrijpen, dat je bitter werd, het deed je zeer om je kinderen."

„Dat was het." Nog weer drukte hij Elise's hand, die ze hem toestak onder een hartelijk „Tot morgen, de Heer blijve bij je."

Toen gingen ze den terugweg op. Ammerberg sloeg den arm om haar heen om haar te laten leunen. De storm lag uitgewoed, de regen viel niet meer. De natuur had rust.

Marks zag hen na, nog toen ze als een schim in het donker waren weggedoezeld.

„Er moet toch een God zijn, ik heb Hem gezien, ik heb Hem gevoeld. Hij woont in haar" en voor hij het wist, had hij gebeden tot dien God.

„Zegen haar.... en hem."

Sluiten