Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakte, „zat stief vol". Onderin lagen rollen linnen van eigen verbouwd vlas. Met het eerste kindje, een tenger meisje met slapbleeke wangetjes en magere armpjes kwam de zorg bij „Kiek in 'n esch" binnen. Zoolang Anneke niets vroeg dan wat de gezonde boerin zonder geld verschafte, ging het nog, maar toen ze grooter werd, even bleek en slapjes bleef, nooit warme voetjes had zonder „'n kenn'ken" ') in de wieg, schreef de dokter telkens weer veel eieren en melk voor. Ze hielden immers zelf een koe en kippen.

Maar de melk bracht veel op, nu de dokters „bii alle zéekten melk verordeneerden." Wat Anneke opdronk, gaf niets in het zakje voor de pacht. En twee eieren daags! Op de markt golden ze twee voor zeven cent en „zeuven maol zeuven was tien stuuwrs min n'n cent "

Teun klaagde menig keer „dat 't veur n'n boer gin dóen was 'n slok kiend op te brenge'n."

Hij ploeterde van den morgen tot den avond op zijn boerderijtje, moeder Dika was „deur en deur zuunig," maar toch spande het er om het zakje vol te krijgen. Het tweede kind was tot groote vreugd der ouders een echt boerenkind, een stevige baas, die naar moeder aardde. Inderdaad „nen veurleken 2) die, toen hij een half jaar was, al mee hapte uit den middagpot en „ne brugge" 3) met spek lustte.

') kruikje.

2) een voorlijk kind.

"1 boterham.

Sluiten