Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de laan af, of in de verte achter haar ook een wagen aankwam, zoodat ze mee kon rijden, maar sarrend rammelden alleen karren over de steenen haar te gemoet. Ze was het liefst achter een boom gaan zitten schreien, maar de kinderen van school zouden haar uitlachen, als ze zoo laat kwam en telkens dwong ze zich weer tegen den storm in. Eindelijk was ze het tolhek door en verderop tusschen de huizen was ze in de luwte. Toen ze de schooldeur binnen kwam, zag ze de lange ris kapstokken vol hoeden en petten. Geen ander geluid dan meesters stem uit een der lokalen. Ze was te laat, veel te laat. Aarzelend draaide ze de kruk om en ging haar lokaal binnen. Daar zaten ze allen stil te schrijven, voorover gebogen over hun leien. Gerrit zat op de tweede bank. Verbaasd keken allen op om te zien, wie er nu nog binnen kwam. Er ging een gegiegel door de banken. Gerrit grinnikte ook mee.

De tranen sprongen Anneke in de oogen en vol schaamte boog ze het vuurrood hoofdje.

„Huulebalk," schimpte Gerrit. Maar meester kwam naar haar toe, niet boos en gewichtig doend over het misdrijf; vriendelijk zag hij haar aan, zoodat ze moed kreeg om te vertellen van den langen weg, waar ze alleen tegen den wind had geworsteld, die haar terug drukte en haar rokjes zwaar om de beenen spande.

„Het is niet jouw schuld, Anneke, ga maar gauw zitten, dan haal je de scha wel weer in. En jullie aan het werk jongens, ik vind jullie laf om te lachen

Sluiten