Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

even het erfje rond om „in 't wèer te kiek'n" en altijd kwam hij binnen met het zelfde zinnetje: „Gin wèer veur 'n zéeke."

Anneke's gezichtje was nog bleeker dan vroeger en stond wel droevig, maar toch lag er iets vredigs over. De lippen waren niet zoo wrevelig geplooid en nog geen enkele maal hadden ze zich geopend om te klagen, dat ze zoo vaak op moest voor Gerrit en de nieuwe lap voor een jurk al twee maand in de kast lag en ze er nog de schaar niet in had kunnen zetten. Ze was altijd klaar voor Gerrit. Bij nacht als het rondom stil en donker was en alleen uit de bedstee van vader en moeder lichte snorkgeluiden kwamen, als ze hun huisje eenzaam voelde liggen in den donkeren nacht en het pitje, drijvend in een glas water met olie, een spookachtig schijnseltje over de meubels wierp; en bij dag, als allen om haar heen terneergeslagen waren en zuchtten tegen het lot.

Op haar rustte in hoofdzaak de zorg voor den zieke. Als van zelf was het gekomen dat zij Gerrit hielp, als Dika aan het huiswerk bezig was. En al gauw riep hij alleen om Anneke, alsof zij voer hem was. Met haar pootige armen kon Dika wel alleen het werk af en ze vond er afleiding in. Dikwijls als moeder ook in de kamer was en Gerrit riep, sprong Anneke haastig op, bang dat moeder haar voor zou zijn. Zoo gaandeweg nam ze de plaats in, waarop ze paste.

Als Gerrit haar dankbaar toelachte met de opgewektheid aan longlijders eigen, werd het haar zoo ruim van binnen. Nooit had ze zoo met al wat in

Sluiten