Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen het kale veld. Plessend vielen druppen van de takken op den grond. Een sombere stoet trok met trage maatpassen van „Kiek in 'n esch" den straatweg op. Vooraan de koets met rouwdoek; daarachter, bijna gedrukt tusschen de wielen, Teun met Jan, die bedremmeld naar het wentelende rad liep te kijken en af en toe met de hand langs de oogen streek; Harm en Hofluuk's Jan en andere buren er achter. Een lange optocht van boeren in Zondagsch laken en met plekkerige hooge hoeden op de gebogen hoofden. In plechtige regelmaat klonken hun stappen door de doffe stilte van het weer. Ze moesten „almaole wat met hebb'n van de groeve" en trokken statig mee op om Teuns „ooldsten zönne ter ruste te brengen."

X.

Harte was zoo gewend bij „Kiek in 'n esch" af te stappen, dat hij het paard toen het uit gewoonte stilhield, niet aanzette, maar de leidsels om een stang sloeg en even inliep om te zien, hoe zijn luitjes het maakten. Anneke was verrast hem te zien. De tranen schoten haar in de oogen. De dokter hoorde bij

Gerrit, en zijn komst was niet meer noodig.

Toch was hij van harte welkom.

„Dokter, kom ii 'n kumken koffie haal'n, da's góed van ów."

„Het was me zoo vreemd voorbij te rijden, het

Sluiten