Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijde op de lage takken vliegen en verwarmt hen daar onder haar vleugels.

In hun jeugd, tot den tijd, dat de kop sterk bevederd ia en de geslachten kunnen onderscheiden worden, zijn de jonge fazanten teeder en kunnen weinig weerstand bieden aan sterke temperatuursveranderingen, een omstandigheid, die de geringe vermeerdering der fazanten in den wilden staat tengevolge heeft. Eerst wanneer zij den leeftijd van 5 maanden hebben bereikt, zijn zij sterk gehard, zelfs nog sterker dan de patrijzen. Op den leeftijd van '2 a 3 maanden beginnen de jongen te ruien; zij hebben dan een moeielijken tijd, dien vele jongen niet doorstaan, vooral wanneer hen geen voldoend en krachtig voeder ten dienste staat.

B. De Hoofdsoorten.

a. Jachtfazantkn.

1. De Boschfazant (Phasianux colchini»). De Bosehfazant, die oorspronkelijk de kustlanden van de Kaspische zee en West-Azië bewoont, werd reeds in overoude tijden in Europa gefokt. Volgens de overlevering vonden de Grieken, die den Argonautentocht ondernamen, dezen prachtigen vogel aan de oevers van de rivier Phasis in het land Colchis (vandaar den naam Phavianis colchis) en namen hem mede naar hun vaderland. Van hier heeft hij zich over Zuid-Europa verspreid; door de Romeinen, die hoogen prijs stelden op dit kostelijk wild, werd het ook naar ZuidFrankrijk en Duitschland overgebracht.

„De Fazant,'' schrijft Schlegel, „werd ook in Nederland vroegtijdig ingevoerd en in met hout begroeide streken in

Sluiten