is toegevoegd aan uw favorieten.

Fazant, pauw, kalkoen en parelhoen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden en van den lials afstaan. De kuifveeren zijn oranjeen goudgeel en eenigszins losbaardig; zij overschaduwen den grooten halskraag, welks veeren grootendeels oranjerood zijn niet donker tluweelzwarten zoom, waardoor een reeks van evenwijdige, donkere strepen ontstaat; de veeren van den mantel, die grootendeels door den kraag overdekt is, zijn donker metaalachtig groen inet zwarten zoom, waardoor zij gezamenlijk op een schubbenkleed gelijken; de benedenrug en de bovendekveeren van den staart zijn hooggeel, het aangezicht, de kin en de zijden van den hals geelachtig wit, de onderhals en het onderlijf hoog saffraanrood, de vleugeldekveeren kastanjebruinrood, de slagpennen roodachtig grijsbruin met roestrooden zoom, de staartpennen «p bruinachtigeu grond zwart gemarmerd of netsgewijs geteekend en de verlengde, smalle bovendekveeren van den staart zijn donkerrood. Het oog is goudgeel, de snavel witachtig geel, de voet bruinachtig. De totale lengte is 85 cM., de staartlengte bedraagt 60 cM.

Bij het wijfje is de grondkleur dof roestrood, op de onderdeelen in roestkleurig grijsgeel overgaande.

Het vaderland van den Goudfazant is Centraal-Azië, het Oosten van Mongolië tot in de nabijheid van den Amoer, benevens Zuid- en Zuidwest-China.

Het geschreeuw van den haan is een „Kuik! kuik! terwijl hij 's avonds en dikwijls in den nacht een klagend, vreemdklinkeml gezang laat hooren. Hij heeft een zeer verliefde natuur, hij is de Don Juan onder de Fazanten en tegelijk het toonbeeld van vroolijkheid, liet leven in de volière. Zijn opgewonden temperament stijgt dikwijls tot ware aanvallen van woede tegen zijn wijfje en niet zelden vindt men deze in een hoek van de volière als offer van zijti geslachtelijke teederheden met een stukgehakten kop.