Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 a 6 hennen; de meeste natuurvorsehers bevestigen dit. Vele fokkers geven dan ook hun haan even zooveel hennen te bevruchten.

Volgens anderen echter werkt de gevangenschap veranderend o]) de natuurdrift der fazanten in, en mag men in de volière de haan niet meer dan twee hennen geven. Anders toch loopt men gevaar, om veel „schiere" eieren te krijgen.

Cronau geeft in zijn uitgebreid werk over de fazanten de voorkeur aan twee hennen inplaats van één hen bij eiken haan. Meerdere hennen acht ook hij verkeerd, deze toch zouden door den liaan verwaarloosd worden.

Hoewel alle in het wild levende fazantensoorten reeds met 9 a 10 maanden geschikt zijn tot voortplanting, is het toch voor de teelt in de volière niet onverschillig of men één- of tweejarige vogels voor de teelt aanwendt. De Goud- en Zilverfazant en ook de fazant van Swinhoe zijn in het tweede levensjaar het vruchtbaarst, terwijl de in onbeperkte vrijheid gehouden Boschfazant en ook de Mongoolsche fazant in het eerste jaar de meeste eieren leggen.

De domistiseering van deze vogels heeft, evenals bij onze huishoenders, een grooten invloed op hun vruchtbaarheid uitgeoefend. Trouwens dit is het geval met ineer huisdieren. Bufl'on was een der eersten, die de opmerking heeft gemaakt, dat de vruchtbaarheid bij de huisdieren grooter is dan bij de dieren van dezelfde soort in wilden staat. De wilde eend legt 5—10 eieren, de tamme eend 80—100 in één jaar. De wilde gans legt 5 — 8 eieren, de tamme li tot 18 en dikwijls zelfs tweemaal 's jaars. Het wilde konijn werpt viermaal per jaar telkens 1—8 jongen; het tamme konijn kan 5—6 ja zelfs 7inaal werpen, terwijl elke worp gemiddeld tt jongen telt. Hetzelfde verschijnsel neemt

Sluiten