Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voegt men versche iniereneieren toe, later ook, zooals we zagen, gesneden meel wormen. Van den derden dag af kan men er behalve het eigeel, ook het wit en zelfs de schaal van het hardgekookte ei aan toevoegen, natuurlijk alles goed fijn gemaakt." (Cronau).

Naast dit voeder geven andere fokkers nog gekookt rundvleesch, ossehart en meer dergelijk dierlijk voeder.

Weer een ander fokker schrijft: „Ofschoon groen later een noodzakelijk bestanddeel van het fazantenvoeder uitmaakt, geve men dat in de eerste dag of vijf niet, maar bepale men ziel) tot fijn gehakt, hard gekookt ei, vermengd met oud wittebrood, gierst of boekweitengort, van beide evenveel. Wie versche miereneieren kan bekomen, geve die in de eerste dagen gerust; 't is toch verbazend, hoe groote hoeveelheden deze teere vogels, zonder nadeelige gevolgen, hiervan kunnen gebruiken; integendeel, zij groeien er goed van. Men zorge echter, dat deze evenmin als het andere voeder schimmelig of zuur worden. Na een dag of vijf kan men onder het genoemde voeder ook gehakt groen, b.v. salade en later fijn gras mengen; overigens blijft het voeder hetzelfde, hoewel natuurlijk langzamerhand in grootere hoeveelheden, tot op den leeftijd van 14 dagen wanneer men de hoeveelheid ei vermindert en vervangt door zeer weinig fijn gehakt vleesch. Langzamerhand vermeerdert men ook het harde voer, waarvoor inen tarwe en een weinig gekneusde hennep neemt en later ook gerst en boekweit; mais is voor jonge fazanten niet goed en maar al te dikwijls oorzaak van leverziekte. Op den leeftijd van ongeveer 8 weken kunnen de jongen in den regel de leiding van de broedster ontberen en geheel gevoed worden als de ouden. Men zorge echter voor afwisseling in het voer, wijl daardoor de eetlust blijft opgewekt, de spijsvertering wordt bevorderd en het lichaam beter gedijt."

Sluiten