Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ltüttiger eindelijk schrijft: „Wij voederen onze fazanten op dc volgende wijze. In de eerste dagen krijgen zij gierstincel met fijn gewreven hard gekookt ei vermengd, ook een kleine hoeveelheid miereneieren van de Gele Weidemier, welke zachter zijn dan die van de Boschmier. \ au den 4en dag af wordt aan dit mengsel fijngehakt duizendblad toegevoegd. Dagelijks wordt 4 maal gevoederd. De eerste drie dagen wordt aan het mengsel tweemaal miereneieren toegevoegd, van nu af bij eiken maaltijd. Op den leeftijd van 14 dagen zijn larven of maden van de vleeschvlieg zeer welkom. Na verloop van 4. weken wordt in plaats van ei, haver- en boekweitengort, gebroken hennipzaad en tarwe gegeven, in plaats van duizendblad, salade en fijngesneden gras Met het voederen van larven wordt voortgegaan.

Wij deelen hier uit onze eerste fok proeven een zeer onaangename ervaring mede tot nut en leering voor beginners. De opkweekruimte was een volière, die veel te klein was voor liet aantal jongen, zoodat zij, uit verveling, begonnen zich de veeren uit te pikken; wat zoo sterk toenam, dat, toen wij een grootere ruimte beschikbaar kregen, er van '66 stuks schoone, zoo goed als volwassen, fazanten slechts 6 stuks konden gered worden, de overigen waren geheel kaal geplukt en zóó vermagerd, dat wij ze moesten dooden.

Een opfokruimte voor 40 tot 50 fazanten moet een drogen ondergrond hebben en minstens 400 □ M. oppervlakte bezitten. Tot afperking plaatst men boven een steenen fondament van 50 cM. hoogte en 25 cM. dikte cngmazig vlechtdraad van een breedte van 2 M. Het park wordt beplant met vrucht- en bessendragende struiken en kleine bootnen, waartoe de jeneverbes en de sleedoorn zich vooral leenen. In het midden van het park legt men een groot

Sluiten