Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de bezitters van landgoederen en parken, zooveel te meer, omdat, bij goede verpleging, deze prachtvogels meer nuttige eigenschappen bezitten, dan gewoonlijk aangenomen wordt. Daarover later meer.

1. Familie.

De Pauw (Para) behoort tot de orde der hoenderachtige vogels en vormt een onderfamilie, die der Pavoninae,

O O

van de ïazantachtigen, welke zich voornamelijk kenmerken door bun prachtige bevedering. De staartveeren zijn zeer lang, vooral bij de mannetjes. De pauw bezit bovendien het vermogen om den staart radvormig uit te spreiden en daarbij een ratelend geluid te maken.

De pauw is in de familie der fazanten, wat de leeuw is onder de viervoetige dieren, n.1. de Koning. De pauwen overtreffen alle andere hoenderachtige vogels in grootte en kracht. Zij zijn hoogbeenig, langstaartig, langhalzig en dragen op den kop een kroon van bundeltjes veeren.

Het mannetje heeft lange sporen; mannetje en wijfje hebben een langen, gewelfden snavel, die naar beneden gekromd is. Zijn volle, prachtige vedertooi verkrijgt de pauw eerst in zijn derde levensjaar, evenals zijn geschiktheid tot voortplanting.

Onder gunstige omstandigheden kan de pauw 40 jaar oud worden.

2. Geschiedenis.

Toen Alexander de Groote van Macedonië een krijgstocht naar Indië maakte, was hij vol bewondering, toen hij een kudde wilde pauwen ontmoette. Hieruit blijkt, dat hij de getemde pauw toen nog niet kende en zeer waarschijnlijk eeni"e van deze vogels mee naar Griekenland gebracht heeft.

O O *•«

Toch schijnt de pauw reeds eerder naar Europa gebracht

Sluiten