Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wit, de slagpennen bruin, de stuurpeunen donkerbruin inet witten zoom aan de spits.

Dit is liet uiterlijk van den blauwen pauw, die liet meest in onze hoenderparken wordt aangetroffen. In hoofdstuk 7, over de rassen, zullen wij over de verwante soorten spreken.

De meest in het oogloopende karaktertrek van den pauw is trotschlieid en ijdelheid. Deze eigenschap toont hij niet slechts in het verkeer met zijn wijfje, maar ook jegens den mensch en jegens de andere dieren van den hoenderhof.

„Ik heb een pauw," schrijft Maria Lamberts, „die zich in den zomer uren lang in een vensterglas bewondert en zich bepaald voor het schoonste dier der wereld houdt. Hij vergeet hiervoor alles, zijn voeder, zijn wijfje, alles wat hij bemint en waarover hij zich ergert."

Ook de Heer J. Denning te Dinxterveen verzekert mij, dat de pauwhaan, in de zomermaanden, wanneer hij in zijn schoonsten vederdos prijkt, zich urenlang onledig kan houden, met zich in een laag vensterglas te bewonderen, zich om en om draait en als een preutsche dame al zijn schoonheid tentoonspreidt.

Aan zijn verpleger hecht de pauw zich zeer innig. Bij diens overlijden sterft hij vaak van verdriet. Gaat hij in andere handen over, dan verkwijnt hij soms van heimwee. Hij kent zijn heer aan de stem en loopt hem zelfs van verre te gemoet. De pauw houdt zich het liefst op in het vrije veld, op een hoogen boom of op het dak. „Wanneer de pauw zijn geschreeuw laat hooren en daarbij hoog vliegt, dan komt er regen,'' wordt er vaak gezegd. Yolgens den Heer Denning komt dit niet altijd uit.

In den paartijd laat de liaan onophoudelijk zijn onaangenaam geschreeuw hooren. Hij gedraagt zich dan ook precies als zijn wild'; natuurgenoot, maakt eeu rad, lokt

Sluiten