Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooge slaapplaats en de kleinen beginnen met een paar maanden al te pronken.

De geslachten laten zich na drie maanden aan het gevederte onderscheiden. De jonge haan heeft een veel glanzender en schitterender gevedeite en draagt aan de vleugels een lichte vlek. Ook beginnen de sporen zichtbaar te worden en de sleep begint zich te verlengen.

De pauwhaan amuseert zich gedurende den broedtijd van zijn wijfje, door zijn schoonheid aan de dieren van den hoenderhof te ontvouwen. Wee hen, indien ze hein niet aanzien, bij loopt hen schreeuwend na en hindert ze bij 't voedsel zoeken; zijn woede is zoo groot, dat hij zich blindelings in het grootste gevaar kan storten. ,,lk had eens een pauw," zegt Mej. Lainberts, „die met woedend geschreeuw op een hond los vloog, omdat deze hem niet aanzag. Dit zou hem echter slecht bekomen zijn, wanneer niet de eigenaar van den hond tegenwoordig geweest was."

Een klokhen met kuikens kan de pauw allerminst verdragen. Trouwens, alle dieren van den hoenderhof vreezen hem, in de meeste gevallen zelfs de kalkoensche haan. „Ik hield pauwen en kalkoenen te zamen, jaren lang ging alles goed. Plotseling viel het den pauw in den kalkoensclien haan schrede op schrede te achtervolgen. Ging hij snel, de pauw deed het ook, stond de kalkoen, dan stond ook de pauw, liep hij, de pauw liep in hetzelfde tempo. Dit spel had weken lang geduurd, toen plotseling de woede van den kalkoenschen haan ontstoken werd. Blindelings stortte hij zich op den trotschen Aziaat en hieuw met duchtige sabelhouwen op hem los, zoodat de pauw gelukkig was, toen hij met behulp van menschen zich bevrijd zag. Sedert dien tijd heeft hij het nooit weer gewaagd, een kalkoenschen liaan te vervolgen." (Lainberts).

Sluiten