Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f De Argus pa uw, (Argutfazanl of Reuzen argus) Deze leeft paarsgewijze op het schiereiland Malakka, op Sumatra of Borneo en houdt zich vooral in het dichtst der bosschen op. Ken nieuw ontdekte soort, (Argusanu Gragi, Elliot,) van Borneo, moet zich voornamelijk door meer donkere kleuren onderscheiden, terwijl van een derde, (A. ocellatus, verr) alleen wordt gemeld, dat die eewge lange vleugel- en staartdekveeren heelt.

De haan van den Reuzenargus heeft een naakt, lichtblauwgrijs gezicht, de bovenkop is matzwart, de haarachtige veeren aan den achterhals zijn geel en zwartgestreept, nek en bovenrug bruin met lichtgele stippels en strepen, midden rug lichtbr jin met donkere vlekken, borst en benedengedeelte roodbruin, met geelbruine en zwarte golflijnen. De kleine slagpennen hebben een witte schacht, heldere giijs-roodacbtige strepen en langs de schacht groote, schitterende oogvlekken, welke een donkeren en een lichten zoom hebben; de buitenvlag is roodbruin. De groote slagpennen hebben een blauwe schacht met fijne, witte stippels op de binnenvlag. De staal .veeren zijn zwart met fijne witte stippels, de twee middelste zijn aan den buitenkant roodbruin, aan den binnenkant grijs met ronde, witte, door een zwarten zoom omgeven vlekken. Bij de hen zijn kop, hals, benedengedeelte en groote slagpennen helder bruin, met zwarte dwarsgolflijnenj bovenrug, vleugeldekveeren en kleine slagpennen zijn zwartbruin, met geelbruine vlekken, de benedenrug is roestbruin met zwartbruine banden en de «taart zwartbruin met lichtere vlekken. De snavel is grijswit, liet oog donkerbruin, het loopbeen karmijnrood. (Baldamus).

8. De llui.

De rui herhaalt zich jaarlijks en is de verwisseling van

Sluiten