Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigheid en dekt, als zij weggaat, de eieren zorgvuldig toe met droge bladeren, zoodat het zeer moeilijk is het nest te vinden, tenzij door het opjagen van de broedende moeder. De kraaien weten het nest echter wel te vinden; zij wachten, hier of daar op den loer gezeten, zeer bedaard het oogenblik af, waarop de hen liet nest verlaat, om zich daarna aan de eieren te goed te doen.

Wanneer de hen gedurende het broeden een vijand bespeurt, drukt zij zich neder en verroert zich niet, voordat zij bemerkt, dat men haar ontdekt heeft. Soms komt het voor, dat verscheiden hennen in één nest leggen. Audubon vond er eens drie op 42 eieren zitten. In dit geval wordt het gemeenschappelijk nest steeds door één van de hennen bewaakt, zoodat de eieren of jongen, althans voor een zwak roofdier, geen gevaar loopen.

Kort nadat de jongen uit den dop zijn gekomen, hetgeen gewoonlijk tegen den avond geschiedt, in>iken /ij, door de moeder begeleid, hun eerste uitstapje, en keeren vervolgens in den regel naar het nest terug om den eersten nacht daarin door te brengen. Later echter begeeft de hen zich met haar gezin naar het hoogste oord in den omtrek omdat zij te recht de vochtigheid als liet ergste kwaad voor haar teere jongen beschouwt. Reeds op den 14den levensdag zijn de kiekens, die tot dusver op den bodem moesten blijven, in staat om de vleugels te gebruiken; van nu af vliegt de familie iederen avond op een lagen tak; de jongen brengen hier onder de gewelfde vleugels van de moeder den nacht door. Al aanstonds verlaat de oude met haar kiekens gedurende den dag het woud om partij te trekken van den overvloed van verschillende bessen, die op de open plekken van het bosch of op de weiden groeien en om haar kinderen aan den weldadigen invloed van de zon bloot te stellen. Na dien tijd groeien

Sluiten