is toegevoegd aan uw favorieten.

Fazant, pauw, kalkoen en parelhoen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dp innrrpfl buitengewoon snel. lleeds in Augustus zijn zij

in staat om een aanval van viervoetige dieren te ontwijken; de jonge haan komt tot het bewustzijn van zijn mannelijke kracht en oefent zich in het statig rondstappen en in het kakelen. Omstreeks dezen tijd vereenigen de ouden en de jongen van verschillende gezinnen zich tot troepen, die te

zamen rondzwerven.

Hoewel de kalkoen aan pekannoten en aan de vruchten van de winterdruif {Fiti* rotundifolia) de voorkeur geeft en steeds veelvuldig voorkomt op plaatsen, waar deze vruchten overvloedig zijn, eet hij toch ook gras en kruiden van allerlei soort, graan, bessen en andere vruchten, voorts kleine sprinkhanen en andere insecten.

Onder liet loopen licht de kalkoen zijn vleugels een weinig op, alsof het gewicht van zijn lichaam hem hindert, loopt dan eenige meters ver met wijdgeopende vleugels; soms springt hij twee- of driemaal omhoog en zet daarna zijne, wandeling weer voort. Zijn gevaarlijkste vijanden zijn, behalve de inensch, de los, de sneeuwuil en de ooruil.

Wegens hun voortreffelijk vleesch werd er reeds van oud* ijverig jacht op gemaakt, ja, zij werden reeds door de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, getemd en als huisgevogelte gehouden.

De vervolgingen, waaraan de kalkoenen bloot stonden, zijn hun dan ook verderfelijk geweest. In Audabon's tijd leverden de wouden van de staten Ohio, Kentucky, Illinois, Indiana, Arkansas, Tennessee en Alabama nog menigten wilde kalkoenen. In Georgia en ( arolina waren zij reeds minder talrijk, in Virginië en Pensylvanië zeldzaam en in de dichtbevolkte staten waren zij reeds geheel verdwenen. Een langzaam, maar zeker uitsterven dreigt den wilden kalkoen,