Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want in alle deelen van Amerika wordt met hartstochtelijke» en niet altijd verstandigen ijver op den kalkoen jacht gemaakt. Nog in het jaar 1834 was de vangst zoo overvloedig, dat eenige jagers groote dorpen met hun vleesch konden voorzien en het stuk met slechts een dollar betaald werd.

Het liefst schiet men den haan, gelijk den Auerhaau, als hij aan het balderen is, en dit, zooals soms geschiedt, op een boomtak doet; de jager gebruikt ook wel honden om het wild op te sporen, of tracht gewaar te worden, waar het slaapt of bij voorkeur voedsel komt zoeken, om het hier op te wachten. Deze jacht vereischt groote bedrevenheid en is wegens de schuwheid van het wild volstrekt geen vermaak voor een zondagsjager. ^ ant ofschoon de kalkoen niet veel verstandelijke ontwikkeling toont, is hij toch uiterst schuw. Gemakkelijker is het, den doinmen vogel in een val te lokken. Daartoe worden in het bosch siainmen van 2 a 3 M. lengte opeengestapeld tot een soort van blokhuis, dat men van boven met takkebossen bedekt, een greppel, die groot genoeg is om een grooten haan door te laten, leidt onder den wand door tot in bet midden van de val; daar ze met uitzondering van eene opening binnen en ééne buiten het gebouw, overdekt is, vormt ze een soort tunnel. In de val en op den weg daarheen.wordt mais gestrooid. De kalkoenen, die dit lokaas vinden, volgen het hierdoor aangeduide pad en laten zich door den overvloed van voedsel verleiden oin in de val te gaan. De eene vogel volgt den anderen, soms begeeft de geheele troep zich in het ruime gebouw. Na het opvreten van de hier uitgestrooide korrels kunnen de onnoozele vogels de opening, waardoor zij zijn binnengekomen, niet terugvinden, loopen steeds langs den binnenwand van het gebouw, steken

Sluiten