Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het woud of op het veld teruggekeerd zijnde, zich nog langen tijd schuw toont.

Ook de gewoonte van de wilde hen, oin bij het verlaten van het nest de eieren met bladeren en loof zorgvuldig te bedekken en het nest te verbergen, wordt meer en meer verwaarloosd. Elke volgende generatie wordt daarin onverschilliger. Schuw blijven de hennen echter steeds gedurende den broedtijd. De, door de hen uitgebroede, jongen zijn aanvankelijk nog schuwer dan de moeder, zij worden echter, nadat zij eenige malen gevoederd zijn, zeer mak, terwijl de moeder steeds nog ietwat schuw achterafblijft.

Zelfs de vochtigheid kunnen de jonge, wilde kalkoenen heel goed verdragen, terwijl liet loopen door het vochtige gras zeer schadelijk is voor de tamme jongen. Daarom neemt men ook wel een wilden haan bij tamme hennen, want reeds de bastaarden zijn sterker.

Nog heeft men de interessante opmerking gemaakt, dat liet aantal jongen met de toenemende tamheid belangrijk afneemt.

B De tamme kalkoen.

1. Eigenschappen.

De tamme kalkoen is een weinig kleiner dan de wilde, minder schoon gekleurd en komt in verschillende kleurschakeeringen voor: bronskleurig, zwart, wit, blauwgrijs en bont. De zwarte en bonte kalkoen zijn in ons land zeldzaam, de bronskleurige en de witte kalkoen worden hier het meest aangetroffen.

In den laatsten tijd heeft men zich, voornamelijk in

Sluiten