Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een pap van de eene of andere meel- of gebroken graansoort en frisch koud water, kan tnen ze zeer goed zoodanig mesten, dat het vleesch zeer smakelijk, malsch en licht verteerbaar is, terwijl, wanneer de dieren overmatig vet zijn, teil minste dc eerste en de laatste dezer eigenschappen daaronder lijden.

Parmcntier zegt: „Geen voedsel geeft witter en smakelijker vleesch dan keukenvoeder of droesem van kaarsvet: men kookt er een gedeelte van in evenredigheid met het getal vogels, welke gevoed moeten worden. Daarna mengt men er gehakte brandnetels en wortels door en vermengt het verder met gerstenieel of maismeel. Dit deeg geeft men tweemaal daags, des morgens en om een uur s middags. Buiten de brandnetels en den kervel, zijn venkel, wilde biet, duidendblad ook zeer aan te bevelen. Baron Peers voegt hier nog aan toe: „Men begint met het vetmaken der jonge kalkoenen tegen den winter. Hiertoe plaatst men ze in een donker verblijf, dal luchtig en droog is, en men geeft ze, zooveel als zij lusten, spijs, samengesteld uit gekookte aardappels, gerste-, boekweit-, of maismeel. Alle avonden neemt men het overschot weg, men reinigt den schotel cn den volgenden dag geeft men hun versch eten, anders zouden zij de spijs laten staan. Als deze levenswijze een maand heeft geduurd, laat men de kalkoenen, boven het gewone voedsel, eenige ballen inslikken, welke gemaakt zijn van gerstemeel; deze volmaken de vetwording. In sommige deelen van Frankrijk, zooals in de Provence, den Mor van en Fransch-Vlaanderen, is het gebruikelijk aan de vet-kalkoenen boven hun dagelijkscli eten, eenige okkernoten met de schelpen te geven. Men begint met den kalkoen één noot in de keel te brengen en ze voort te duwen me1: den vinger; den volgenden dag geeft men er twee; den

Sluiten