Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kieze vóór alles den sterksten, moedigsten, levendigsten haan dus, die de meeste energie verraadt. De vleeschlappen aan zijn kop moeten flink ontwikkeld zijn en eene levendige kleur bezitten, wat blijken geeft van een vurig, krachtig temperament. Men moet hem vooral tegen den tijd beschouwen, wanneer de uitwassen aan den snavel de roode kleur aannemen, omdat zijn uiterlijken vorm dan het voor deeligst uitkomt. De voorkeur geve men aan dien haan. welke sterk van leden en van robusten lichaamsbouw is. De krachtige ontwikkeling der borstspieren (in de Fransche kookkunst onder den naam „blanc de volaille" bekend) is niet alleen een zeker teeken, dat het dier een buitengewoon gewicht kan bereiken, maar ooit, dat het een goed fokdier is. Dat de hanen, en zoo ook de hennen, die men voor de teelt heeft uitgekozen, een rijkelijke en krachtige voeding moeten hebben, spreekt wel van zelf, die onkosten zullen door krachtig nakroost rijkelijk beloond worden.

Op den leeftijd van l jaar is de liaan voor de teelt te gebruiken. Om echter sterke nakomelingen te verkrijgen, neme

men echter liever oudere dieren. Het is zelts beter een Sjarigen haan te nemen, omdat deze eerst in het derde levensjaar zijn volle gewicht en daarmede ook zijn volle

rijpheid krijgt.

Niet minder streng moet men in de keuze der fokhennen zijn; in de eerste plaats heeft men hennen te kiezen met een zacht karakter. Beneden den leeftijd van 2 tot 3 jaar mogen zij niet zijn want de eieren van twee- tot driejarige dieren zijn steeds grooter en geven schooner en krachtiger jongen. Dit laatste is van het meeste belang en mag dus door de fokkers niet uit het oog verloren worden.

Daar niet de eier- maar de vleeschproductie de hoofdzaak is, kieze men niet juist de vruchtbaarste hennen, maar

Sluiten