Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die door du rekening van fokkers somwijlen een streep maken, daardoor komt, dat men aan één liaan te veel hennen geeft."

Weer anderen beweren, dat men bij één haan ook niet minder dan 4 hennen moet voegen. Sabel echter zegt, dat hij bij 3 hennen op één haan geen nadeelige gevolgen voor deze heeft bemerkt.

J. Ij. J. Opmeer zegt in No. 1 van het Bulletin van de Vereeniging tot Bevordering der Pluimveehouderij in Nederland, dat naar zijne meening (3 hennen te veel is en hij bij ondervinding weet, dat, met een stel van 4 hennen, zonder bijkomende gebreken, bijna alle eieren bevrucht zijn. Het houden van meerdere hanen bij een koppel hennen is af te raden. Het kan in den paartijd het geval zijn, dat de zwakste hanen liet met den dood moeten bekoopen tegenover de sterkste, doch dikwijls gebeurt het, dat de paringen geen gevolg hebben en veel eieren alzoo onbevrucht blijven.

6. Eierleggeu.

De kalkoen-hen begint bij middelmatig strenge winters en als zij goed gehuisvest is, tegen het laatst van Februari of in het begin van Maart te leggen en legt dan gewoonlijk 15 a 20 eieren, ook wel meer, vooral wanneer zij goed gevoed is. De hen legt in den regel om den anderen dag, soms om de twee dagen, maar ook wel meer dagen achtereen. Worden de hen de eieren afgenomen en broedt zij niet, dan legt zij tegen het einde van J uli of in het begin van Augustus dikwijls nog eenige, gewoonlijk 5 a 8 eieren, welke, wanneer de haan gezond en sterk is, ook wel bevrucht kunnen zijn.

De eieren der kalkoenen smaken uitmuntend, doch wor-

Sluiten