is toegevoegd aan uw favorieten.

Fazant, pauw, kalkoen en parelhoen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tend groen moge» worden aanbevolen, evenals de bladeren van den grootbladigen brandnetel; kalkoenen, oude zoowel als jonge, houden er bijzonder veel van.

Als het mogelijk is, late men ze gedurende den voedertijd in de buitenlucht. Zij nemen dan gaarne eenig groen voer tot zich, dat onder hun bereik gesteld moet worden en zeer weldadig werkt; zij schudden zich het gevederte uit en nemen gaarne een zandbad, dat op de een of andere be» schutte plaats voor haar in gereedheid moet staan. Gaan ze niet uit zich zelf van het nest en naar buiten, wat vooral in de laatste periode van het broeden kan gebeuren, dan neme. men ze van het nest, zette of jage ze eenige malen daar af, totdat zij zulks vrijwillig doen.

Op het terngkeeren naar het nest moet natuurlijk ook gelet worden. In den regel zullen ze vrijwillig weder op het nest gaan, waarbij men slechts heeft toe te zien, dat zij niet in een verkeerd nest terecht komen; gaan ze niet uit eigen beweging, dan zette men ze er op.

Een kalkoen kan men 15 van haar eigen eieren ter bebroeding geven, of 20 gewone hoendereieren. De broedtijd van 27 tot 29 dagen, kan somtijds 32 dagen duren.

De begeerte oin te broeden is bij de kalkoenen een ware hartstocht, men heeft ze met recht vergeleken met het, periodiek optreden van de tochtigheid der dieren, die levende jongen ter wereld brengen. Ontstaat bij deze eene sterke prikkeling in de voortplantingsorganen, ten gevolge van vermeerderden bloedstoeloop, evenzoo ontstaat bij de vogels eene verhoogde prikkeling in de spieren van de borst ook al tengevolge van sterkere bloedsaandrang. Bij de kalkoensche hen wordt genoemd lichaamsdeel ontvederd en neemt een levendiger, roode kleur aan; ook schijnt zij de natuurlijke behoefte te hebben, zich van haar eigen overvloed

q

Kalsbeek, Fazanten.