Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wangen van het mannetje hooger, intensiever blauw zijn dan van de hen. Het zekerste middel om de geslachten te onderscheiden is de stem. Julius Vülschau zegt daarover: .,1 let geschreeuw der hen klinkt als: „klok acht, klok acht", dat van den haan als „tscheterèk, tscheterèk, rèk, èl, èk."

Baldamus meldt: „De hennen laten tot onverdragelijk wordens toe hun schel „geewek" hooren, terwijl de hanen met niet mindere consequentie hun „rat-sjek, rat-sjekekkek" doen weerklinken.

Nog kunnen wij melden, dat de haan bij het eten zijn vleugels een weinig uitspreidt.

2. Vaderland. L e v e n s w ij z e.

liet vaderland der Parelhoenders is Afrika. De verschillende soorten treft men nog heden ten dage aan zoowel in het Westen, als in het Oosten en Zuid-Oosten van dit werelddeel. De soort, die bij ons het meest bekend is en hier en daar in hoenderparken als gedomestiseerde hoendersoort onder den naam van poule-pintade gehouden wordt, bewoont voornamelijk West-Afrika en de KaapVerdische eilanden. Zeer zeker is deze soort ook in NoordAfrika inheemsch geweest. Skvlax zegt uitdrukkelijk: „Aan de Golf van Carthago ligt een vijver, waar wilde parelhoenders worden gevonden, van welke de elders aangetroffen wordende afstammen." Hiermede wordt tevens verklaard, dat Momeinsche schrijvers der oudheid het parelhoen Nutnida of Avis numidica noemen. Vroeger werden deze parelhoenders in Frankrijk en België met den naam van Nutnidische hoenders bestempeld.

De Romeinen zullen zeer waarschijnlijk de parelhoenders

Sluiten