Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdens tle Punische oorlogen bij hun tochten naar Carthago en Numedië hebben meegebracht.

De levensgewoonten van het parelhoen komen hoofdzakelijk overeen met die van den patrijs; daarentegen deelt het met den kalkoen de gewoonte om in boomen en op ontoegankelijke rotsblokken te overnachten en daar te ontkomen aan de vervolging van roofdieren.

Als woonplaats verlangen de parelhoenders gewesten, die bedekt zijn met een dicht, laagstammig woud, waarin ook open plaatsen voorkomen. Laag gelegen, rijk met struiken begroeiili dalen, bosschen, waar dicht onderhout den bodem bedekt, steppen, die niet uitsluitend inet grasachtige planten begroeid zijn, hoogvlakten in het gebergte tot op een hoogte, van 3000 M. en zacht afhellende, met rotsblokken bezaaide, maar toch met een weelderig plantenkleed bedekte glooiingen voldoen aan alle eischen, die ze. aan het terrein stellen.

Zij zijn zeer schuw en het is daarom niet gemakkelijk ze te naderen. Hoewel de parelhoenders in den paringstijd in monogamie leven, ontmoet men toch hoogstzelden afzonderlijke paren; gewoonlijk ontmoet men ze in talrijke troepen, die soms uit 6 a 8 familiën, elk bestaande uit 18 a 20 stuks, zijn samengesteld.

Hun voedsel bestaat in de lente, het regenseizoen, hoofdzakelijk uit insecten, later eten zij bessen, bladeren, knoppen, grassprietjes en zaden.

De hen legt 10 a 12 (soins meer) vuil geelachtig witte, hardschalige eieren en bebroedt ze 25 dagen. De liaan en de hen verwijderen zich nooit ver van hun broedsel en trachten door geschreeuw en door haastig heen en weer te loopen de aandacht van den inensch van hun nest af te trekken en op hen zelve te vestigen. De kuikens in het donskleed gelijken op jonge fazanten. Zij worden kort na

Sluiten