Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet verlaten van het ei door hun ouders weggeleid, groeien schielijk en nemen reeds als zij halfvolwassen zijn, deel aan het zwervend leven; ook brengen de ouders dan geregeld met hen den nacht in de hoornen door. (Brehm).

3. Rassen.

a. Ons gewone Parelhoen (Numidu meleagris) wordt ook ter onderscheiding van de andere soorten helm- of h oor n p are 1 hoe n genoemd en is bij ons onder den naam van poule pintade bekend. Het heeft de bovenborst en den nek ongevlekt, lila-kleurig, den rug en den staartwortel op grijzen grond met kleine, witte donkerder gerande, parelvormige vlekken bezet, die op de bovenvleugeldekveeren grooter worden, gedeeltelijk ook ineenvloeien en op de buitenvlag der arinpennen in smalle dwarsbanden veranderen; de onderdeelen zijn op zwartachtig grijzen grond tamelijk gelijkmatig met groote ronde, parelvormige vlekken versierd, de slagpennen bruinachtig; de donkergrijze stuurpennen fraai bepareld en slechts de zijdelingsche voor een deel met banden versierd, die door het ineenvloeien van vlekken ontstaan. Oog donkerbruin, wangstreek blauwachtig wit, de vleezige deelen van de kam, de keellellen, de washuidachtige opzwelling aan den snavelwortel rood, de helm lioornkleurig, snavel geelachtig rood, voet leikleurig grijs, boven de plaats van aanhechting der teenen vleeschkleurig. De lengte bedraagt ongeveer 50 cM. De in gevangenschap gefokte, van vroeger getemde exemplaren afkomstige parelhoenders zijn echter vaak aanmerkelijk grooter.

West-Afrika is het vaderland van deze soort.

Wat de toevallige, door kleur of teekening bepaalde

Sluiten