Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen, op muren en op de (laken der huizen te zitten; ook verwijdert het zicli menigmaal en vermaakt zich in het kreupelhout, in het te velde staande gewas en in het hooi," aldus schildert Baron E. Peers het parelhoen.

Deze eigenschap nu, gevoegd bij de gewoonte om hun voedsel zelf te zoeken, maakt deze diereu bijzonder geschikt voor een half-wilde fokkerij, juist op zulke plaatsen, waar een fazantenfokkerij niet zou rendeeren; op slechte, zandige gronden, in de duinen enz., als er maar eenig struikgewas aanwezig is of aangebracht wordt.

Hier blijkt dus uit, dat het Parelhoen met voordeel slechts daar kan gehouden worden, waar het over veel ruimte te beschikken heeft.

Het Parelhoen houdt er van, zich in de zon en in het zand te baden. Zonnige, zandige plaatsen mogen dus niet ontbreken.

Op groen voeder, als salade, andijvie, koolsoorten, zijn zij verzot, zij moeten daarom buiten den moestuin gehouden worden, zij zouden er groote schade aanrichten.

Parelhoenders in gezelschap van andere hoenders in het nachtverblijf te houden, is niet raadzaam. Men geve hun een tegen ruwe winden en regen beschutte stalruimte, voorzien van stevige zitstokken.

Bovendien vereischen zij in den regentijd en bij sneeuw een overdekte ruimte om er te schuilen, meer nog dan het andere hofgevogelte.

2. Voedering.

Het Parelhoen voedt zich met vruchten, groen, kruiden, wormen en insecten, evenals ons huishoen. Eveneens zijn in stukken gesneden wortelgewassen (mangelwortels, bieten,

Sluiten