Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een aangename» wildsmaak, die aan het vleesch der fazanten herinnert.

Volwassen, jonge parelhoenders behoeft men, als zij geslacht zullen worden, vooraf niet te mesten, zij zijn in den regel vleesch- en vetrijk genoeg.

Eieren, zoowel als het gebraad der parelhoenders verdienen voor de consumptie meer bekend te worden, dan dit tot heden het geval is.

(5. Ziekten.

Buiten de reeds in hoofdstuk 4 besproken crisis, welke de kuikens doormaken bij het te voorschijn komen der veeren en de uitwassen aan den kop, zijn de parelhoenders weinig aan ziekten onderhevig, voorop gesteld natuurlijk, dat de voedering en de verpleging goed zijn.

Gedurende den rui echter, die de pintade nog sterker aangrijpt dan de huishoenders, vereischt zij veel zorg en rijkelijke voedering. Tegen regen en natte koude moeten zij dan zorgvuldig beschut zijn, zoowel bij dag als bij nacht.

7. Slotwoord.

Na al het bovenstaande mogen wij zeker vaststellen, dat de teelt van parelhoenders met warmte mag worden aanbevolen.

Door de schoonheid hunner vederen vormen zij eene aangename verschijning in den hoenderhof; zij geven ons een groot aantal heerlijk smakende eieren, die lang bewaard kunnen worden en zeer gezocht zijn en de jonge dieren leveren bovendien een voortreffelijk vleesch op.

Sluiten