Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij wenschelijk voor. Slechts in de derde plaats komt, dunkt mij, in de eerste klasse in aanmerking het aanbrengen van meer leerstof. Verder komt de nadeelige zijde van eene niet-concentrische behandeling der aardrijkskunde, waarbij in de eerste klasse slechts een klein deel der aardoppervlakte wordt behandeld, aan den dag bij het onderwijs in andere vakken: vooral in geschiedenis en in de talen, waarbij menigmaal namen of bijzonderheden van landen, volken, steden voorkomen, van welke de leerling eerst in eene hoogere klasse bij het geographisch ouderwijs zal hooren. De kans hierop zal minder groot worden, wanneer reeds in de laagste klasse de geheele aardoppervlakte wordt behandeld ; in elk geval behoeven ze in de taal- of geschiedenisles niet op den leerlingen geheel onbekend terrein onder dak te worden gebracht.

Drie leerkringen schenen mij voor de inrichtingen van onderwijs, waar dit leerboekje werd geschreven, voldoende. De eerste en de tweede zijn concentrisch; in den derden wordt de algemeene aardrijkskunde behandeld.

Aan eene hoogereburgerschool met vijfjarigen cursus denk ik mij den eersten leerkring behandeld in het eerste jaar. In dit jaar moeten de hoofdtrekken van de geographische kennis, voorzoover ze onder de bevatting van circa dertienjarige jongens en meisjes vallen, worden vastgelegd. Wat men ook moge beweren omtrent het wenschelijke van het bijbrengen van veel algemeene kennis door het onderwijs in aardrijkskunde, het komt mij voor, dat door overdrijving in dezen veel kwaad kan worden gedaan en dat vooral de eerste klasse weinig leerstof moet worden toegevoerd, maar dat die leerstof zóó moet worden gegeven en zóó worden opgenomen en verwerkt, dat ze beklijft. Wat de eerste klasse goed weet, wat haar eigendom is geworden, zoodat ze er de vrije beschikking over heeft, dat komt den leerling der vijfde klasse bij het eindexamen in geene geringe mate ten goede.

Een uitstekend hulpmiddel voor de laagste klasse is, zooals bekend, het schetsen van kaartjes gedurende of naar aanleiding van de les: het beeld een geraamte weliswaar, maar dat later met het noodige ter aanvulling kan worden omkleed, het beeld der landen en der werelddeelen wordt er als door gefixeerd in de voorstelling der leerlingen.

Den tweeden leerkring zou ik wenschen te verdeden over de twee volgende klassen. Zoo wordt in de laagste drie klassen der hoogereburgerschool de bijzondere aardrijkskunde afgehandeld; de werelddeelen, hunne landen en volken, hebben in twee concentrische kringen de revue voor de leerlingen gepasseerd. Aan Nederland en zijne Overzeesche bezittingen is daarbij veel aandacht geschonken. De grootte en het bevolkingscijfer der landen zijn steeds naar de jongste gegevens

Sluiten