Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dat punt. De hoogte van een punt ten opzichte van elkander punt, dat niet in het vlak van den zeespiegel is gelegen, heet betrekkelijke of relatieve hoogte.

Hoogte- *)e hoogte van een punt wordt in nieters uitgeen diepte- drukt. De diepte van den zeebodem wordt door meters maten. 0f vat)emen gemeten. 1 vadem = 1,83 M. § 3. Plaatsbepaling in een plat vlak. Wij zagen, hoe men de plaats van een punt ten opzichte van een ander punt kan bepalen. Om de plaats van alle punten ten opzichte van elkander te kunnen kennen, is het evenwel noodzakelijk, dat men de plaats van alle punten ten opzichte van één punt bepaalt.

Hoe kunnen wij de plaats van verschillende punten in een plat vlak ten opzichte van een aangenomen punt bepalen ?

W ij trekken daartoe eene rechte lijn AB. In deze lijn nemen we een standvastig punt O aan. We kunnen 1111 de plaats van

C

O p

A ^ l- B

l:

alle punten in het platte vlak ten opzichte van het punt O in de lijn AB bepalen. Wij willen b.v. de plaats van het punt C bepalen. Daartoe laten we eene loodlijn uit C neer op AB. We meten de lengte dezer loodlijn en de lengte van DO. Het punt C ligt 3.5 cM. links van O en 1.5 cM boven AB. Op dezelfde wijze handelen wij met alle punten in hetzelfde platte vlak. Het punt E. b.v. ligt 1.5 cM rechts van O en 2 cM beneden AB.

§ 4. Plaatsbepaling op Aarde. De Aarde is een bol, die 0111 zijne as draait. Om de plaats van de punten in de oppervlakte van dien bol te bepalen, handelen we op overeenkomstige wijze.

Sluiten