Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvolgens loodrecht boven elk hoekpunt van de verschillende voorwerpen in een vertrek denkt en uit het oog telkens eene loodlijn door elk hoekpunt neerlaat op het horizontale vlak van den vloer en daarna de bij elkaar behoorende punten op den vloer door lijnen verbindt, dan is de daardoor ontstane teekening een plattegrond van dat vertrek. Wat in werkelijkheid in het horizontale vlak 1 M lang is, is het ook in den plattegrond. De verhouding of schaal is dus 1: 1 of i/j. Teekent men op een stuk papier denzelfden plattegrond in eene andere verhouding, b.v. zoo dat 1 M der werkelijkheid 1 dM of misschien 1 cM wordt, dan is de plattegrond op eene schaal van 1 : 10 (t/10) of van 1 : 100 (Va») geteekend. Hoe kleiner de schaal wordt, des te meer moet men zich beperken tot het aangeven der hoofdzaken, in den „Schoolatlas" van P. R. Bos is de grootste schaal, waarvan men zich heeft bediend, die van 1 : 10000 (de Neder-Rijn boven Driel). Hier is dus 10 M. in werkelijkheid op de kaart voorgesteld door 1 mM.

Eene kaart is nu een plattegrond op kleinere schaal, b.v. van 1/1000, Viououi Viotuoo. ja als groote landen of geheele werelddeelen moeten worden voorgesteld, dan moet men eene schaal nemen van Vioiioooo en nog veel kleiner. Eene stad wordt dan eenvoudig door eene stip aangegeven, eene rivier door een bochtig streepje, waarbij de kronkelingen enkel de hoofdbochten aanduiden, enz.

Bij het zien van eene kaart moet men verder nog niet onopgemerkt laten, dat verschillende methoden zijn uitgedacht 0111 een deel der immers gebogen aardoppervlakte of zelfs de geheele oppervlakte der Aarde op een plat vlak, in eene kaart, voor te stellen.

Om het verschil in hoogte aan te geven, bedient men zich van verschillende methoden. Men denke zich een uit de zee opstekenden berg van b.v. 510 M. hoogte, evenwijdig aan de zeeoppervlakte doorgesneden in lagen van 100 M. dikte. Nu denke men de grenzen van de door die doorsnijdingen ontstane vlakken (dus de lijnen van telkens onderling gelijke hoogte: 100, 200 enz. M.) loodrecht neergedaald in het zeevlak. Men zal nu eene figuur van ongeveer concentrische lijnen krijgen.

Sluiten