Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen Petten en Kamperduin: Hondsbossche zeewering.) • afwisselende breedte bezet. De duinen zetten zich voort op de eveneens tot N.-H. behoorende waddeneilanden Texel, V Ieland en Terschelling. In .629 werd Eierland door een' dijk met Texd verbonden; later is door aanstuiving de d„k in een duin veranderd. Landbouw, schapenfokkerij, visscheri] en zijn de hoofdmiddelen van bestaan op Texel. Het gcheele L . van Vlieland is eene groote zandplaat. Vóór de lage^Zuiderzeekust liggen het hoogere Wieringen en het lage Marken. Ook htt verderaf gelegen hoogere Urk behoort aan N.-H. De Noordzeekusten kennen slechts visschers- en badplaatsen. Z*"dv°ort^ Wiik a/Z Egmond. IJ muiden is ontstaan aan het ttn behoeve van Amsterdams zeehandel gegraven Noordzeekanaal. Het heeft veel vischvangst. Op de noordpunt ligt aan het einde n het Noordhollandsch kanaal, Helder (niet Nieuwêdlep 26000 i.), met verdedigingswerken; vóór de opening van het Noordzeekanaal was het de voorhaven van Amsterdam. Men vindt er het Koninklijk Instituut voor de Marine de rijkswerf en een zoölogisch station. Op de oostkust liggen

hiooo i) Edam, Monnikendam, die alle met meer o minder recht den naam van „doode steden mogen drager , Z « na eene periode van rijke vischvangst en Moe,enden zeehandel zijn gaan kwijnen en nu alleen voor schepen van

"STJ2SVSSt geestgronden volgt naar het O. zeeklei vooral in West-Friesland, de Ijpolders en de droogmakerijen. Voor 't overige (in Waterland, de Zaanstreek en Amstelland) is de zeeklei nog grootendeels met laagyeenibed ^ Het klei- zoowel als het laagveengebied is polderland. De mees vroeger aanwezige meren (Schermer, Beemster, Purmer, Wormer, Haarlemmermeer) zijn drooggemaakt. Au.niaar

De grootste helft van Noord-Holland ,s Hoorn en Edam hebben drukke kaasmarkten. In West-Fnes

"nd gedeeltelijk, in de Ijpolders en d«•

tendeels is de bodem bouwland. Tuinbouw in de S ,

Langedijk, den omtrek van Amsterdam en op de geestgronden,

Sluiten