Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GIETHOORN. (Zie nevenstaande plaat).

Het NW. deel van Overijsel en de ZW. hoek van Drente ten Z. van de hoogten van Havelte, Steenwijk en Steenwijkerwold, is eene bijna vlak, flauw naar het ZW. afhellend terrein ter hoogte van AP., bestaande uit laagveen en daarin door uitbaggeren ontstane plassen, als het Giethoornsche meer, het Groote Wijde, het Beulakerwijde, het Belterwijde. Naar het W. duikt bij Vollenhove de hoogere zand- en grintgrond weer op, om in de 5 M. hooge landpunt de Voorst te eindigen. De bodem van de ondiepe plassen bestaat meest uit zand. Het laagveen is doorsneden door zeer vele kanalen en slooten. Oudtijds was het bedekt door een hoogveen, dat reeds vroeg is afgegraven, waardoor hier veenkoloniën ontstonden, als Nijeveen, Kolderveen, Wanneperveen, Giethoorn. In het laagveen ontstonden later de plassen door uitbaggering. Het dorp Giethoorn is ruim twee uur gaans lang en ligt langs eene vaart die zuid noord loopt. Langs de vaart loopt een zandig, smal voetpad. De huizen, nu eens aan ééne, dan aan beide zijden staande, zijn bijna alle met hunne erven onderling gescheiden door zijvaarten of slooten, die aan de eene zijde op de hoofdvaart uitkomen, aan den anderen kant naar de rietlanden en weilanden achter de huizen loopen. Zoo staat bijna ieder hi.is op een eilandje of althans op een schiereilandje. Aan weerszijden van de vaart, waar langs het verkeer plaats heeft in schuitjes, die voortgeboomd worden, zoogenaamde punters, staan haast overal boonien. Waar het smalle pad een zijkanaaltje overschrijdt, geschiedt dit door een vonder. Over de hoofdvaart liggen tallooze hooge bruggetjes. Paard en rijtuig, zelfs een kruikar zijn in Giethoorn ongekende dingen: men gaat met den punter naar de markt te Meppel, men verricht zijne boodschappen per punter, in den punter gaat men naar zijn hooiland, naar de kerk, naar de school. Een echt waterland, dat „Gieteren." (Men zie P. R. Bos, Schoolplaten voor onderwijs in Aardrijkskunde, geteekend door B. Bueninck.)

HUNEBED BIJ GIETEN. (Zie nevenstaande plaat).

De Hondsrug is bij uitnemendheid de streek der hunebedden, van welke een der grootste bij Gieten wordt gevonden. Voor twee karakteristiek Drentsche landschappen zie men „Het Hunebed bij Tinaarloo en „Een gezicht in Eekst" in bovengenoemde collectie Schoolplaten.

Sluiten