Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken, ijzer-, stroopapierfahrieken, onk nog eenige scheepstimmetvverven. In het ZO. deel, het schilderachtige Westerwolde, vindt men nog de meeste woeste gronden dezer provincie. Ten O., ZO. en ZW. van de hoofdstad is laagveen. Ongeveer de helft van de oppervlakte der provincie is voor landbouw in gebruik. Haver, aardappelen, boonen, koolzaad, gerst, tarwe, rogge en suikerpenen zijn de hoofdvoortbrengselen van den landbouw. Zoutkamp en Delfzijl doen aan vischvangst. De hoofdstad en de veenkoloniën doen het meest aan fabrieksnijverheid. Op de klei treft men steenbakkerijen aan, hier en daar zijn kalkbranderijen; in Delfzijl en Zoutkamp portland-cementfabrieken. De handel wordt door vele kanalen de hoofdkanalen loopen alle op de hoofdstad uit gemakkelijk gemaakt. De hoofdstad heeft een levendigen binnén- en buitenlandschen handel, meest in koren; de weekmarkten zijn er zeer druk.

Groningen is bijna geheel polderland. Riviertjes zijn er slechts weinige, en deze zijn in het benedengedeelte van hun loop gekanaliseerd en afgesloten.

De welvarende hoofdstad Groningen (67 000 i.) ligt opliet einde van den Hondsrug; deze ligging, die tegen het water beveiligde en het verkeer over Koevorden met het Z. gemakkelijk maakte, zoodat al wat ten N. en ook veel van wat ten W. en O. lag, wilde men met de zuidelijker streken in gemeenschap komen, over Groningen moest gaan, maakte deze stad tot het middelpunt van de omgeving en de markt van de omgelegen vruchtbare Ommelanden. Door vei legging van de Hunze en de Drentsche A kwam het in het verenigingspunt van beide stroompjes te liggen. De afsluitende ring van de voorheen ontoegankelijke venen gaf gereede aanleiding tot eene zelfstandige ontwikkeling, waarvan de Groningers in vroegere tijden gebruik wisten te maken 0111 ten eigen bate den bloei van andere plaatsen te onderdrukken. Naast Groningen kwamen slechts een paar stadjes tot eenige ontwikkeling, n.1. Appingedam en Delfzijl. Nog tegenwoordig is Groningen de markt voor de geheele provincie en liet N. van Drente; ook drijft het handel met het buitenland. De fabrieksnijverheid, hoewel minder

Sluiten