Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHIERMONNIKOOG. (Zie nevenstaande plaat).

De buitenrand der wadden is over 't geheel het hoogst en verheft zich tusschen de zeegaten, die als monden van de vele slenken en jrenlen zijn te beschouwen, welke door de waddenvlakte slingeren op verscheiden plaatsen, meest als langwerpige «tanden boven den zeespiegel. Zoo ligt ten N. van de Uuwers en het 1 riesche gat Schiermonnikoog, oudtijds Monnikoog geheeten, d.i. het eiland du monniken. De samenstelling met „schier' herinnert misschien aan di tijd der Schieringers en Vetkoopers, misschien ook aan de sehiere (grijze kleediu" der kloosterlingen. Met zijn vast strand, dat zich ver naar het N uitstrekt, heeft het eiland ongeveer 2)/.» uur lengteen 1/4 breedte Laat men het strand evenwel buiten rekening, en let men alleen op het duingedeelte (de zoogenaamde Kobbeduinen mee: inbegrepen) en het ten Z. van het westehike breedste gi^wlte daarvan

gelegen, aan de zuidzijde bedijkte stuk, dan zal de lengte 1^,de grootste breedte »/« 'nir bedragen. In de 18e eeuw stiekti het eiland zich verder naar liet W. uit dan nu; maar van de drie buurten d e men er vond, Westerburen, Binnendijken en Oosterburen, , zijn de beide eerste ten gevolge van afslag verdwenen en alleen Oosterburi is overgebleven, waarheen de andere bewoners zich hebben verplaatst. I Irt tegenwoordige dorp bestaat hoofdzakelijk uit twee ongeveer westoost loopende straten. Vele huisjes zijn met klimop begroeid.

De visclivangst beteekent op Schiermonnikoog lang zoovee niet meer als vroeger. Vele eilanders varen tegenwoordig op Hamburg, Breinen de Oostzee. Het eiland bezit dan ook tegenwoordig eene zeevaartkundige school. Het poldergedeelte is als weideland, tuin- en bouwgrond in gebruik. Sedert de openstelling van het Eemskanaal 111 1876 heeft de scheepvaart langs het Friesche gat en verder langs Zoutkamp en het Reitdiep naar Groningen bijna geheel opgehoidei . Op het westelijke gedeelte van het eiland staan op de duuie twee ronde roode steenen vuurtorens, waarvan er een op Nga»,lc' plaatje is afgebeeld. De gevaarlijke gronden aan de NW.- en N/.ijde van liet eiland maken dan ook deze voorzorg en de «a'^ezigheid van eene reddingsboot wel noodig. Op het westelijke gedeelte staat op het Noordduin'liet badhotel, een vrij groot gebouw, waarheen van liet dorp uit een tramweg ligt. Maar de westzijde van het strand O'ule^indt voortdurend de verwoestende werking van den schurenden stroom, vooral bij stormweer, en zoo werd ook het anders zoo prachtige: ba strand van Schiermonnikoog bedreigd. N11 staat het badhote ^ verlaten; de geregelde stoombootdienst op Groningen is gestaakt en het bezoek van badgasten, die gedurende eenige jaren anders om het geld en het vertier, dat zij op het eiland brachten, met onwelkom waren, heeft opgehouden.

Sluiten