Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEZICHT OP DAMASKUS. (Zie nevenstaande plaat).

Damaskus, Syrië's grootste stad, aan den rand der Syrische woestijn en aan den voet van den Anti-Libanon gelegen, die water doet toestroomen, onderscheidt zich meer door een bont Oostersch le\ en, dan door oudheden of merkwaardige gebouwen. De stad ligt als in eene oase, die zich in Maartin volle pracht vertoont. Zij bestaat uit Mohanimedaansche wijken, eene Christen- en eene Jodenwijk en is omgeven door een' muur die ten deele uit den Rotneinschen tijd, ten deele uit de Arabische, ten deele uit de Turksche periode dateert. De stad gaat tegenwoordig achteruit, doordien haar handel overvleugeld wordt door dien van Aleppo, maar meer nog, doordat de transitohandel sedert de opening van het Sueskanaal meest den zeeweg is gaan volgen. Nu beperkt zich het karavaanverkeer te Damaskus meest tot de uitwisseling van Perzische en Syrische waren. Het belangrijkst is de handel nu nog in den tijd van de bedevaarten naarMekka. De wapenindustrie bekend waren immers de Damascener klingen! is sinds de oorlogen van Timoer meest naar Samarkand en Chorasan verhuisd, en ook de aardewerk-industrie is er bijna te niet gegaan. Een hoofdmiddelpunt voor het leven in Damaskus is de bazar, die door branden herhaaldelijk is geteisterd. Toch heeft iedere groep van waren er nog hare eigen afdeeling. Een bonter gewoel van menschen dan zich daar vertoont, is nauwelijks; denkbaar. Pascha's en bedelaars, grijsaards en kinderen, Koerden en Maronieten, Christenen en Joden, boeren met paarden en ezels, zwaarbeladen kameelen niet hunne geleiders, alles golft sprekend en gesticuleerend door elkaar. Hier berijdt een voornaam, zwaargewapend Drusenopperhoofd zijn trotsch, rijk versierd paard; daar ziet men eenige Perzische kooplieden, wier scherp geteekende gelaatstrekken haast schuil gaan onder zwarte pelsmutsen; ginds nadert een Turksche effendi aan de spits van een troep; Bedouinen , in zware mantels of gazellenhuiden gehuld , het lange geweer dwars over den rug, trekken voorbij. Grieksche popen, Maronietische priesters, Derwischen en Ulema's voltooien het bonte tooneel. De vrouwen zijn meest in witte linnen kleeren gehuld en dragen den sluier. De Fellachvrouwen ziet men dikwijls gesierd met ringen aan vingers en ooren. Eene typische figuur is de publieke schrijver, die, op de hoeken der straten zittend, steeds door Bedouinen en boeren, meest echter door vrouwen omringd is, daar ze, niet kunnende schrijven, zijne diensten het meest noodig hebben. Overal zijn café's, die steeds druk bezocht worden; in de groote hallen zitten de Oosterlingen met gekruiste beenen in groepen aan kleine tafeltjes, nargileh rookend en tric-trac spelend.

Damaskus heeft tallooze moskeeën, wier koepels vaak verguld zijn. Van de torenvormige minarets af heeft men een wijd vergezicht over de huizenzee der stad, met hare dikwijls smalle straten, en hare platte daken. De laatste dienen des zomers dikwijls als slaapplaats. De huizen der rijken zijn ruim en prachtig, met een grooten voorhof, waarin eene fontein, omgeven door granaat-, citroen-, oranjeboomen, met zuilengangen en vertrekken, wier bodem met inarmermozaiek is versierd, dat ten deele schuil gaat ouder Perzische tapijten, waarop het licht, vallende door gekleurde ruiten, allerlei kleurnuances toovert.

Sluiten