Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T

'

GEZICHT IN DE SAHARA. (Zie nevenstaande plaat).

Behalve de afwezigheid van of althans de groote armoede aan planten valt in de woestijn nog een ander kenmerk als gevolg van de armoede aan regen in het oog. Terwijl in de berglanden, waar eene matige of eene overvloedige hoeveelheid regen valt, de verweerde rotsdeelen niet alleen omlaag rollen maar ook door het regenwater naar omlaag worden gevoerd en ten slotte door het stroomende beeken rivierwater steeds verder worden geschoven en gerold, tot ze hier en daar, hetzij in het bergland zelf, in de bochten der rivieren, of bij hoogen stand op de oeverstrooken, hetzij ver buiten het bergland, in de laagvlakte en het mondingsgebied bezinken, zijn in de woestijn bijna uitsluitend de zwaartekracht en de wind als verplaatsende factoren aan het woord. Het gevolg daarvan is, dat de grovere en fijnere verweeringsproducten de kale rotshellingen meer bedekken dan in regenrijke streken, terwijl de laagten meer gelijkmatig worden opgehoogd en aangevuld. De plaat laat duidelijk zien , hoe de steenbrokken, afkomstig van de rotsruggen, die op den voorgrond zich eenigermate verheffen, tusschen beide in zijn blijven liggen. Een stroomend water zou ze hebben meegevoerd. Verderop zijn de rotshellingen voor een groot deel als in een geplooiden mantel van stof, zand en puin gehuld, zoodat de eigenlijke vormen der rots zich slechts eetiigszins laten raden. De puin- en zandvlakten vertoonen vele groeven en verdiepingen, alsook ophoogingen, die grootendeels zijn ontstaan door uitwaaiing en opwaaiing.

Sluiten