Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ALETSCH GLETSCHER. (Zie nevenstaande plaat).

De photo is genomen bij het hotel Bei-Alp, dat men van Brieg in het Rhóne-dal uit bereikt na eene wandeling noordwaarts langs een vrij steilen en bijna schadnwloozen weg. De Groote Aletsch gletscher. die gevoed wordt door noordwaarts tot de Jungfrau en den Mönch reikende firnvelden (door het Ewig Schneefeld, de JungfrauFirn, de Groote Aletsch Firn), die van uit streken van 3000, 3300, ja 3500 M. hoogte komen, is de grootste Alpengletscher. De groote firnvelden vereenigen zich tot ééne gemeenschappelijke afstrooming, den Grooten Aletsch gletscher, in eene hoogte van ruim 2700 M. boven den zeespiegel. Als eene reusachtige flauw gebogen tong strekt zich dan de gletscher ter lengte van ± 15 KM. en ter breedte van 1.5 a 1.7 KM. naar het Z. en ZW. uit, om, afnemende in dikte en breedte, op eene hoogte van 1530 M. te eindigen en zijn smeltwater langs de gletscherbeek Massa te doen afstroomen, die boven Brieg de Rhöne bereikt. De bank op den voorgrond staat ± 1800 M. boven den zeespiegel. Van hier ziet men den reeds sterk versmallenden Grooten Aletsch gletscher, die weldra zijn einde zal bereiken, van misschien 2150 tot 1600 M. dalen. Op de voorzijde van den gletscher ligt eene reusachtige zijmoreene, waarboven zich de donkere, met bosch bedekte bergwand verheft. Midden over den gletscher slingeren, de bochten van het dal volgende, drie middelmoreenen, waarvan de meest rechtsche zeer breed is. Eene vierde middelmoreene vereenigt zich verderop, in eene hoogte van ± 1980 M. met de zijmoreene. De zijmoreene aan de naar den beschouwer gekeerde zijde wordt op den voorgrond door den berg waarop de bank staat, aan het oog onttrokken. Van links naderen twee takken van den kleineren OberAletsch gletscher den hoofdgletscher.

Deze plaat kan dienen 0111 de voorstellingen van de plaat „BernerOberland" en die, betiteld „Einde van den glacier d'Argentière", aan te vullen.

DE SPLÜGENPAS. (Zie nevenstaande plaat).

De weg langs het Achter-Rijndal splitst zich boven het dorp Spliigen: een tak blijft het dal verderop volgen en buigt zich verder westwaarts naar het zuiden, om den S. Bernardino-pas over te steken; de andere slaat dadelijk zuidwaarts het dal van een zijriviertje in. Dit is de kunstweg over den Splügenpas, die in 181 q 21 is aangelegd en met zeer vele windingen het dal op gaat, om eindelijk op 2117 M. de pashoogte te bereiken, op de grenzen van Zwitserland en Italië. Als hier boven sneeuwstormen woeden , worden in de cantonieras klokken geluid, om den reizigers de richting aan te geven. Op verscheiden plaatsen beschermen sterk gemetselde galerijen met overhangende daken, die op pilaren steunen, tegen neerstortende lawinen. Er zijn galerijen bij van 200, ja van 500 M. lengte. Langs het met rotsblokken bezaaide Liro-dal leidt de weg verder naar Chiavenna, eene oude stad aan de Mera.

Sluiten